From 1 - 10 / 123
  • Globale beschrijving van de bodemopbouw vanaf 5m -NAP. Deze bodembeschrijving is gebasseerd op meer dan 7000 boringen die in de afgelopen deccenia zijn verricht. Per 1m dikte zijn de boringen naar een gebiedsdekkend raster (250m x 250m) vertaald m.b.v. Voronoi interpolatie en is bepaald welk bodemtype het meest voorkomt per diepte interval (bijvoorbeeld 5-10m -NAP). De onderscheidden diepteintervallen zijn weergegeven in de tabel. Per diepteinterval is het dominante bodemtype vermeld (zand, klei, veen, leem, keileem, gyttja, zavel of onbekend/overig). Waar zeefwaarden bekend waren, is bij de bodemsoort zand onderscheid gemaakt tussen fijn, middelgrof en grof zand (voor lagen dieper dan 15m -NAP). Detailinformatie over de bodemopbouw kan worden opgevraagd bij de Meet- en Informatiedienst van RWS IJsselmeergebied. De berekeningen zijn uitgevoerd door bureau Explostat, Almere.

  • De Globale Archeologische Kaart van het Continentale Plat geeft de trefkans van scheepsvondsten voor het Nederlandse deel van het Continentale Plat weer. Deze kaart wordt om twee redenen als aparte kaart gepresenteerd. In de eerste plaats sluit het schaalniveau niet aan op dat van de IKAW. De karteringsschaal van deze kaart is 1:500.000. In de tweede plaats is het voor het landgebied gebruikte co”rdinatensysteem hier niet van toepassing. Het geografisch referentiekader bestaat uit UTMco”rdinaten. Ook op deze kaart wordt de trefkans aangegeven in drie categorie‰n. De definitie van de hoge trefkans komt overeen met de onder water gelegen gebieden op de IKAW. De grens tussen middelhoog en laag is echter niet gelegd bij de aan of afwezigheid van schuinsgelaagde geulafzettingen. In de middelhoge waardering van deze kaart zijn ook d¡e gebieden opgenomen waarin de toedekkende zandgolven een hoogte van meer dan 4 meter hebben. Op een aparte kaartlaag zijn de gebieden aangegeven waar venen en kleien bewaard zijn gebleven. Waar het om vroegHolocene afzettingen gaat kunnen onder en in het basisveen resten uit het Mesolithicum voorkomen.

  • Korrelgrootte (D50) zand bovenste 15 cm zeebodem in polygonen

  • Globale beschrijving van de bodemopbouw vanaf 5m -NAP. Deze bodembeschrijving is gebasseerd op meer dan 7000 boringen die in de afgelopen deccenia zijn verricht. Per 1m dikte zijn de boringen naar een gebiedsdekkend raster (250m x 250m) vertaald m.b.v. Voronoi interpolatie en is bepaald welk bodemtype het meest voorkomt per diepte interval (bijvoorbeeld 5-10m -NAP). De onderscheidden diepteintervallen zijn weergegeven in de tabel. Per diepteinterval is het dominante bodemtype vermeld (zand, klei, veen, leem, keileem, gyttja, zavel of onbekend/overig). Waar zeefwaarden bekend waren, is bij de bodemsoort zand onderscheid gemaakt tussen fijn, middelgrof en grof zand (voor lagen dieper dan 15m -NAP). Detailinformatie over de bodemopbouw kan worden opgevraagd bij de Meet- en Informatiedienst van RWS IJsselmeergebied. De berekeningen zijn uitgevoerd door bureau Explostat, Almere.

  • De Globale Archeologische Kaart van het Continentale Plat geeft de trefkans van scheepsvondsten voor het Nederlandse deel van het Continentale Plat weer. Deze kaart wordt om twee redenen als aparte kaart gepresenteerd. In de eerste plaats sluit het schaalniveau niet aan op dat van de IKAW. De karteringsschaal van deze kaart is 1:500.000. In de tweede plaats is het voor het landgebied gebruikte co”rdinatensysteem hier niet van toepassing. Het geografisch referentiekader bestaat uit UTMco”rdinaten. Ook op deze kaart wordt de trefkans aangegeven in drie categorie‰n. De definitie van de hoge trefkans komt overeen met de onder water gelegen gebieden op de IKAW. De grens tussen middelhoog en laag is echter niet gelegd bij de aan of afwezigheid van schuinsgelaagde geulafzettingen. In de middelhoge waardering van deze kaart zijn ook d¡e gebieden opgenomen waarin de toedekkende zandgolven een hoogte van meer dan 4 meter hebben. Op een aparte kaartlaag zijn de gebieden aangegeven waar venen en kleien bewaard zijn gebleven. Waar het om vroegHolocene afzettingen gaat kunnen onder en in het basisveen resten uit het Mesolithicum voorkomen.

  • Korrelgrootte (D50) zand bovenste 15 cm zeebodem in polygonen

  • er treedt voortdurend sedimenttransport op in het IJsselmeergebied. Het bestand schetst dan ook de bodemgesteldheid van de toplaag op het moment van kartering, 1981-1991. Toelichting over het bestand is aanwezig bij de afdeling WSM, dienst IJsselmeergebied.

  • In het bestand bodem.shp wordt de opbouw van de bovenste 80 cm van de waterbodem weergegeven. Het bestand schetst de bodemgesteldheid op het moment van kartering, 1981-1991. Bij het bestand horen 3 layer of avl-bestanden waarin de legenda staat aangegeven. Deze bestanden kunnen ook gebruikt worden om de 3 lagen die in het bestand verwerkt zitten te tonen, te weten 0-25, 25-50 en 50-80 cm. Toelichting over het bestand is aanwezig bij de afdeling WSM, dienst IJsselmeergebied.

  • Van de Westerschelde is in 2016 een ecotopenkaart gemaakt. Een zoute ecotopenkaart wordt opgebouwd door meerdere informatielagen van het intergetijdengebied samen te voegen: bodemhoogtekaart (hoogte en diepte), geomorfologische kaart, droogvalduurkaart, stromingskaart en zoutkaart. De stroomsnelheden zijn berekend met Simona waarbij gebruik gemaakt wordt van het SCALWEST2000 model, een kromlijnig grid.

  • Van de Westerschelde is in 1996 een ecotopenkaart gemaakt. Een zoute ecotopenkaart wordt opgebouwd door meerdere informatielagen van het intergetijdengebied samen te voegen: bodemhoogtekaart (hoogte en diepte), geomorfologische kaart, droogvalduurkaart, stromingskaart en zoutkaart. De bodemhoogtekaart is gebaseerd op lodingen (diepte) 1996 en laseraltimetrie (hoogte) 1996. Laseraltimetrie data gecombineerd met singlebeam vaklodingsdata waarbij de laseraltimetrie data een hogere prioriteit heeft gekregen dan de lodingsdata. Teneinde de gehele ecotopenkaart te vullen is deze vervolgens aangevuld met multibeamlodingen en aanvullende gegevens op Vlaams grondgebied. De gebruikte singlebeam vaklodingen met opnamedata (begin- en einddatum): 0100p9602 02-01-1996 23-03-1996* 0200p9601 10-01-1996 05-06-1996 0300p9601 16-02-1996 03-06-1996 0400p9601 19-02-1996 17-04-1996 0500p9601 22-02-1996 30-07-1996 0600p9601 05-02-1996 02-08-1996 1800p9601 17-01-1996 31-01-1996 * De originele data van vak 1 is niet meer beschikbaar. Derhalve is voor vak 1 het bestaande ESRI grid gebruikt (g1_1996). Topografische data t.b.v de aanvulling op de raaien: 30-07-1996 tm 14-01-1997 Overige topografische data (dijken, platen, oevers etc.) is niet meer beschikbaar. Service Desk Data kan deze niet leveren. Laseraltimetrie data werd in 1996 nog niet ingewonnen. Het grid is daarom aangevuld met de topografische data uit het originele ('oude') ecotopenkaart grid van 1996 waarvan de herkomst onduidelijk is. Het samenstellen van de data is hierdoor afwijkend t.o.v. andere ecotopenkaarten. Het lodingsdatagrid (vaklodingen + aanvullende lodingen) is hier 'over' het bestaande grid gelegd zodat het aangevuld is met de topografische data. Dieptegegevens voor de Sloehaven Vlissingen zijn niet beschikbaar voor 1996. Dit gebied is opgevuld met data uit het 2001 grid. De singlebeam data is geinterpoleerd m.b.v. digipol.