From 1 - 10 / 57
  • De monitoringslocaties van het Landelijk Meetnet Water is een voorziening die verantwoordelijk is voor de inwinning, opslag en distributie van waterbeheergegevens. Via de meer dan 400 meetpunten, wordt data ingewonnen, verwerkt en opgeslagen in het rekencentrum. De gegevens worden vervolgens geleverd aan klanten.

  • De wegkenmerkendatabase is een verzameling van databases met elk een relevant wegkenmerk dat gekoppeld kan worden aan het nationaal wegenbestand (NWB). Dit kunnen wegkenmerken zijn als bijvoorbeeld de maximumsnelheid, de breedte van de weg of de aanwezigheid van inritten. Voor elk van deze wegkenmerken is een apart bestand aanwezig. In deze wegkenmerkendatabase worden parkeervlakken aan weerszijden van de weg weergegeven. Het in kaart brengen van de parkeervlakken is van belang voor de verkeersveiligheid. Het parkeren op straat levert vaak risico’s op voor de verkeersveiligheid. Denk maar aan het oversteken van kinderen tussen geparkeerde auto’s door en interactie tussen het parkerende verkeer en het overige verkeer op een weg. Ook het in- en uitstappen kan potentieel gevaarlijke situaties opleveren. In eerste instantie is deze wegkenmerkendatabase ontwikkeld voor de verkeersveiligheid, maar deze zou ook voor andere doeleinden gebruikt kunnen worden. Bijvoorbeeld voor het bepalen van het aantal parkeervlakken in een bepaald gebied of straat.

  • De wegkenmerkendatabase is een verzameling van databases met elk een relevant wegkenmerk dat gekoppeld kan worden aan het nationaal wegenbestand (NWB). Dit kunnen wegkenmerken zijn als bijvoorbeeld de maximumsnelheid, de breedte van de weg of de aanwezigheid van inritten. Voor elk van deze wegkenmerken is een apart bestand aanwezig. In deze wegkenmerkendatabase worden de wegbreedtes van alle wegen in het NWB weergegeven. Er wordt per NWB wegvak aangegeven wat de mediane breedte is, de minimale breedte en de maximale breedte. De mediaan van de breedte van de weg geeft de breedte weer die voor het grootste deel van het wegvak ook de daadwerkelijke breedte is. Ook wordt er in het bestand aangegeven of er een versmallingsbord aanwezig is op het wegvak en of er ook wegversmalling aanwezig is. De wegbreedte van een wegvak wordt bepaald met de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Dit geldt voor alle wegen behalve de Rijkswegen. Dit betekent ook dat de breedte wordt bepaald van kant tot kant en dat betreft de gehele breedte van het verhardingsvlak van de weg. Voor de rijkswegen is de breedte bepaald door het Digitaal Topografisch Bestand (DTB) van Rijkswaterstaat te gebruiken. De breedte die bepaald is voor de Rijkswegen, is de breedte tussen de verflijnen. Dit betekent dat bijvoorbeeld vluchtstroken en redresseerstroken niet tot de wegbreedte worden gerekend. De wegversmallingen en de bijbehorende verkeersborden zijn overgenomen uit het verkeersbordenbestand dat bij NDW beschikbaar wordt gesteld.

  • De monitoringslocaties van het Landelijk Meetnet Water is een voorziening die verantwoordelijk is voor de inwinning, opslag en distributie van waterbeheergegevens. Via de meer dan 400 meetpunten, wordt data ingewonnen, verwerkt en opgeslagen in het rekencentrum. De gegevens worden vervolgens geleverd aan klanten.

  • De wegkenmerkendatabase is een verzameling van databases met elk een relevant wegkenmerk dat gekoppeld kan worden aan het nationaal wegenbestand (NWB). Dit kunnen wegkenmerken zijn als bijvoorbeeld de maximumsnelheid, de breedte van de weg of de aanwezigheid van inritten. Voor elk van deze wegkenmerken is een apart bestand aanwezig.

  • Digitaal Topografisch Bestand van de natte hoofdinfrastructuur in beheer bij Rijkswaterstaat (DTB-Nat) en de droge hoofdinfrastructuur (DTB-Droog) in beheer bij Rijkswaterstaat opgebouwd uit punt-, lijn- en vlakinformatie.

  • De doorgaande NAP -20 meter dieptelijn is een vereenvoudiging van de fysieke NAP -20 meter dieptelijn. De fysieke of werkelijke NAP -20 meter dieptelijn is erg grillig en kan onder invloed van zandtransport door stromingen en golven veranderen. Daarom is gekozen voor de doorgaande NAP -20 meter dieptelijn. Die is vastgelegd in coordinaten en verandert niet. De doorgaande NAP -20 meterlijn is voor Zeeland al in 1993 doorgevoerd in het 'Beleidsplan Voordelta', dat ook ondertekend is door LNV, en voor de rest van de kust in het 'Regionaal Ontgrondingenplan Noordzee' in 2004 en in de 'Nota Ruimte' in 2005/6. In de Nota Ruimte is daar de term 'zeewaartse begrenzing kustfundament' aan gehangen. De ligging van de doorgaande NAP -20 meter dieptelijn is in overleg tussen V&W, LNV en VROM tot stand gekomen en in coordinaten vastgelegd in het "geopakhuis' bij RWS Noordzee. De NAP -20 meter is niet willekeurig gekozen. In het Deltagebied en in het Waddengebied gaat op die diepte de onderzeese kusthelling over in de vlakkere zeebodem. Lokaal wordt dit wat gecompliceerd door ebdelta's en zandbanken, maar het is wel een goede keus als grens voor het kustsysteem. Daarnaast is op basis van de doorgaande NAP -20 meter dieptelijn op 2 km zeewaarts hiervan een lijn gedefinieerd ter begrenzing van de grootschalige zandwinning.

  • Data bevat alle ingebruikgevingscontracten op Rijksgronden.

  • Digitaal Topografisch Bestand van de natte hoofdinfrastructuur in beheer bij Rijkswaterstaat (DTB-Nat) en de droge hoofdinfrastructuur (DTB-Droog) in beheer bij Rijkswaterstaat opgebouwd uit punt-, lijn- en vlakinformatie.

  • De doorgaande NAP -20 meter dieptelijn is een vereenvoudiging van de fysieke NAP -20 meter dieptelijn. De fysieke of werkelijke NAP -20 meter dieptelijn is erg grillig en kan onder invloed van zandtransport door stromingen en golven veranderen. Daarom is gekozen voor de doorgaande NAP -20 meter dieptelijn. Die is vastgelegd in coordinaten en verandert niet. De doorgaande NAP -20 meterlijn is voor Zeeland al in 1993 doorgevoerd in het 'Beleidsplan Voordelta', dat ook ondertekend is door LNV, en voor de rest van de kust in het 'Regionaal Ontgrondingenplan Noordzee' in 2004 en in de 'Nota Ruimte' in 2005/6. In de Nota Ruimte is daar de term 'zeewaartse begrenzing kustfundament' aan gehangen. De ligging van de doorgaande NAP -20 meter dieptelijn is in overleg tussen V&W, LNV en VROM tot stand gekomen en in coordinaten vastgelegd in het "geopakhuis' bij RWS Noordzee. De NAP -20 meter is niet willekeurig gekozen. In het Deltagebied en in het Waddengebied gaat op die diepte de onderzeese kusthelling over in de vlakkere zeebodem. Lokaal wordt dit wat gecompliceerd door ebdelta's en zandbanken, maar het is wel een goede keus als grens voor het kustsysteem. Daarnaast is op basis van de doorgaande NAP -20 meter dieptelijn op 2 km zeewaarts hiervan een lijn gedefinieerd ter begrenzing van de grootschalige zandwinning.