From 1 - 10 / 282
  • Kabels en leidingen kruistend met water in Zeeland.

  • Schelpdierbanken

  • De kartering 2008 is uitgevoerd voor 5 locaties: Koningssteen, Ooijen, Aijen, Bergen en Beugen. De Oude grenzenmethode is toegepast, waarbij de kartering 2009 het uitgangspunt is. De kartering is vervaardigd volgens de methodiek 3de cyclus Ecotopen. Aanpassingen voor het programma Natuurvriendelijke oevers Maas zijn beschreven in de toelichting "Monitoring vegetatiestructuur en oeverlijn Eroderende oevers Maas 2008/2009". Voor de kartering is de fotovlucht, opgenomen d.d. 26 spetember 2008 en 20 oktober 2008 (RGB-kleuren), gebruikt. Er is gevlogen op schaal 1:10.000 met een grondresolutie van 12 cm. In de Ecotopenvlucht 2008 is een fout in de geometrie geconstateerd varierend tussen 1m en 3m. Om deze reden zijn alleen de genoemde locaties uitgewerkt. Naast de vegetatiestructuur is ook de 'bovenkant talud' en de 'bovenzijde erosierand' vastgelegd.

  • Het jaar van de deklaagplanning en jaar van de verhardingstechnische planning(VHT) uit de MeerJarenPlanVerhardingsonderhoud (MJPV) afkomstig uit IVON2, opgesplitst naar Levensverlengend Onderhoud (LVO) en Grootschalig Onderhoud (GO).

  • De veiligheidszones (500m) van de vergunde installaties

  • Gedigitaliseerde dieptepunten van de kaart IJsselmeer e.o., Dieptekaart vervaardigd naar opmetingen van de Dienst der Zuiderzeewerken. De stempel op de kaart meldt: Directie van de Wieringermeer, Noordoostpolderwerken, archief Arch. Afd., Form C5, stamboeknr. 117082. Op deze kaart is de Wieringermeer ingepolderd en zijn Noordoostpolder en afsluitdijk ingetekend. De kaart is daarom waarschijnlijk van ca. 1935. De scan is voorzien van georeferentie volgens Rijksdriehoekstelsel (RD). De oorspronkelijke analoge kaart is in bezit van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.Bodemdiepte in decimeter beneden NAP.

  • Gebieden die volgens de Structuurschema Militaire Terreinen 2 en het Mijnbouwbesluit in bepaalde perioden niet gebruikt mogen worden voor zand, schelp- en/of grindwinning

  • Door Data_ICT Dienst (DID) van Rijkswaterstaat beheerde bestand met de punten van de waterkerende kunstwerken van Rijkswaterstaat en de Waterschappen. Mutaties kunnen bij de Waterdienst worden aangemeld waarna mutatie in bestand wordt verwerkt.

  • Globale beschrijving van de bodemopbouw vanaf 5m -NAP. Deze bodembeschrijving is gebasseerd op meer dan 7000 boringen die in de afgelopen deccenia zijn verricht. Per 1m dikte zijn de boringen naar een gebiedsdekkend raster (250m x 250m) vertaald m.b.v. Voronoi interpolatie en is bepaald welk bodemtype het meest voorkomt per diepte interval (bijvoorbeeld 5-10m -NAP). De onderscheidden diepteintervallen zijn weergegeven in de tabel. Per diepteinterval is het dominante bodemtype vermeld (zand, klei, veen, leem, keileem, gyttja, zavel of onbekend/overig). Waar zeefwaarden bekend waren, is bij de bodemsoort zand onderscheid gemaakt tussen fijn, middelgrof en grof zand (voor lagen dieper dan 15m -NAP). Detailinformatie over de bodemopbouw kan worden opgevraagd bij de Meet- en Informatiedienst van RWS IJsselmeergebied. De berekeningen zijn uitgevoerd door bureau Explostat, Almere.

  • KRW schelpdierwater 2008 bevat de omgrenzing van de oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen als Schelpdierwater ten behoeve van het Kaderrichtlijn water.